Sem Dresden Stichting

Sem Dresden

De Nederlandse componist, dirigent en muziekpedagoog Sem Dresden (Amsterdam 1881 - Den Haag 1957) was de zoon van een diamanthandelaar en ontving zijn muzikale opleiding van Bernard Zweers aan het Amsterdams Conservatorium. Later studeerde hij nog twee jaar in Berlijn, directie en compositie bij Hans Pfitzner. Terug in Nederland (1905) trad Dresden geregeld op als liedbegeleider van onder anderen de altzangeres Jacoba Dhont, zijn latere echtgenote. Ook leidde hij als dirigent enige tijd de Toonkunst-afdelingen in Tiel (1905-1914) en Laren (1909-1912). Door de vele vriendschappelijke contacten van het echtpaar Dresden met Amsterdamse vocalisten kon in 1914 de Madrigaal-Vereeniging worden opgericht, een klein professioneel a-capellakoor dat twaalf jaar lang met veel succes oude polyfonie uit de renaissance en hedendaagse koormuziek uitvoerde. Hierna leidde Dresden nog twaalf jaar de Haarlemsche Motet- en Madrigaalvereniging.

Intussen was hij ook leraar contrapunt, harmonieleer en compositie aan het Amsterdams Conservatorium geworden. Onder zijn vele leerlingen bevinden zich bekende namen als Eduard van Beinum, Cor de Groot, Marius Monnikendam, Jan Mul, Willem van Otterloo, Leo Smit en Rosy Wertheim. In 1924 volgde Dresden aan dit instituut directeur Julius Röntgen op. In 1937 stapte Dresden over naar het Koninklijk Conservatorium in Den Haag, waar hij Johan Wagenaar als directeur opvolgde. Het is bijna niet voor te stellen, dat Dresden naast zijn pedagogische en organisatorische werkzaamheden ook nog tijd vond om te componeren en als muziekjournalist en muziektheoreticus diverse publicaties te verzorgen. Dresden was echter een efficiënte 'multitasker', die te boek stond als vriendelijk en beheerst.

 

In 1941 werd Sem Dresden ten gevolge van de Duitse bezetting als Jood gedwongen ontslagen uit zijn directeursambt. Gelukkig kreeg hij de kans om in De Pauwhof te Wassenaar onder te duiken. Zelfs in deze benauwende tijd onder primitieve omstandigheden slaagde hij erin te componeren. Na de bevrijding kon hij zijn functie aan het Haags Conservatorium tot aan zijn pensionering in januari 1949 weer uitoefenen. Het is echter karakteristiek voor de bevlogen idealist die Dresden was, dat hij letterlijk tot aan zijn dood in 1957 actief bleef in het muziekleven, onder meer als directeur van de Stichting Jeugd en Muziek, voorzitter van de Raad voor de Kunst, afdeling Muziek en examinator bij de Staatsexamens voor Muziek.

 

Als componist werd Dresden tijdens de periode van de Eerste Wereldoorlog steeds meer gericht op het Franse impressionisme, zonder de oorspronkelijkheid van zijn idioom te verliezen. Hierin is hij vergelijkbaar met Nederlandse componisten als Diepenbrock, Vermeulen en Pijper. Evenals Debussy en Ravel ontwikkelde Dresden zich al vrij snel in de richting van een type neoclassicisme dat de klassieke vormtraditie probeerde te bewaren, in combinatie met de klankverworvenheden van de nieuwe richtingen van 1900 en later. Een groot deel van de werken die hij voor 1940 schreef, behoren tot dit neoclassicisme. Na de oorlog werd zijn schrijfwijze iets pathetischer, zoals in zijn Dansflitsen (1951). Door zijn positie in het Nederlandse muziekleven en door zijn innemende en overtuigende persoonlijkheid heeft Dresden, naast Pijper en Hendrik Andriessen, op het componeren in Nederland grote invloed uitgeoefend. Zijn streven was gericht op een synthese van traditie en vernieuwing; vanuit dit standpunt is zijn compositorisch oeuvre belangwekkend te noemen. 

 

 

geraadpleegde bron: www.historici.nl